zondag 26 februari 2012

Sentani, 26 februari 2012-02-26

Hoe oud zijn we eigenlijk? Waar moeten we beginnen te tellen? Bij deze eerste synode? Of bij de eerste doop? Maar wanneer was dat? En het is voor elke regio weer anders. Bij deze eerste synode? Maar daar is toch een hele geschiedenis aan vooraf gegaan; we bestaan al veel langer! Wanneer is onze gezamenlijke geschiedenis als Gereformeerde Kerken in Indonesië eigenlijk begonnen?

De discussie gaat een hele tijd heen en weer, maar eindelijk worden ze het eens: het begin ligt in de verklaring, die op 1 november 1976 in Kouh werd opgesteld door vertegenwoordigers van de kerken op Sumba en de jonge gemeenten op Papua: “Wij verlangen, om samen te leven op één grondslag, namelijk het Woord van God, zoals dat geleerd wordt door de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofbelijdenis en de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten, en om te komen tot een vorm die de geloofseenheid tot uitdrukking brengt en tot een kerkverband in Indonesië, (…)en om contact te leggen met de kerken, die door de Zending der Gereformeerde Kerken in Kalimantan Barat worden gesticht, en om contact te zoeken met alle kerken in Indonesië op dezelfde grondslag.”

Bij die gelegenheid, ruim 35 jaar geleden, werd ook gekozen voor de naam waaronder in de afgelopen week de eerste nationale synode van de GGRI werd gehouden, hier in Sentani op Papua. Een historische gebeurtenis! Twaalf broeders, uit elke regio vier, maken van woensdag tot en met zaterdag lange dagen om alle punten op de agenda af te werken. Ze hadden eigenlijk eerder willen beginnen, maar het wachten was op toestemming van de politie. Die moest komen uit de hoogste regionen in Jakarta. Tot ieders grote dankbaarheid en verwondering komt die toestemming op het laatst toch nog onverwacht snel! Een verhoring van gebeden in binnen- en buitenland. Het zat namelijk vooral vast op de aanwezigheid van een aantal buitenlanders: afgevaardigden van de zusterkerken in Nederland, Canada, Australië, en Papua New Guinea (PNG, het onafhankelijke oostelijke deel van dit eiland).

Na de officiële opening door een hoge vertegenwoordiger van de gouverneur van Papua, en na de toespraken van de buitenlandse gasten, gaan de synode onder leiding van een moderamen, samengesteld uit predikanten uit de drie regio’s, enthousiast aan de slag. Meteen maar met één van de belangrijkste onderwerpen: de theologische opleiding. Op de conferentie die deze kerken in 2008 in Kalimantan hielden was al afgesproken, dat de opleiding in Waingapu op Sumba de centrale opleiding van de drie regio’s zou worden. Maar in de praktijk is daar de afgelopen jaren nog niets van terecht gekomen. De kerken op Papua hebben intussen studenten gestuurd naar andere opleidingen op Java (Bandung) en in Wamena. De afgevaardigden van Papua leggen uit dat hun besluit uit pure noodzaak is genomen: omdat jaren geleden de opleiding in Boma is gestopt, is er al jaren geen nieuwe instroom van jonge predikanten op Papua, en als daar nu niet meteen wat aan gedaan wordt, zitten ze binnen afzienbare tijd helemaal zonder, omdat de huidige predikanten dan met pensioen zijn gegaan! De synode heeft daar wel begrip voor, maar benadrukt dat nieuwe studenten vanaf nu naar Waingapu moeten worden gestuurd. Aldus wordt besloten.

Tal van andere onderwerpen komen aan de orde. Belangrijke, zoals de kerkelijke structuur van de GGRI, de kerkorde, het lidmaatschap van de ICRC, een eventueel lidmaatschap van de PGI (de Raad van Kerken in Indonesië). Maar ook in onze ogen misschien wat minder belangrijke, zoals de verjaardag en het logo van de GGRI. Ook wordt er gesproken over een aantal concrete problemen uit de praktijk van de kerken: wat te doen als iemand na scheiding hertrouwt, mag een vrouw een kerkdienst leiden als er verder niemand aanwezig is, mogen behalve de predikant ook leden van de kerkeraad of de gemeente een actief aandeel hebben in de liturgie, is het wijs om tegenover de heidense gewoonte om voordat de padi (rijst) geplant wordt het zaaigoed te zegenen een soort speciale biddag te organiseren.
Opvallend is de nadruk waarmee de verschillende afgevaardigden uit elk van de drie regio’s hun waardering uitspreken over het werk dat nu al zoveel jaren door LITINDO voor de GGRI wordt gedaan. De boodschap is eenduidig, unaniem, en helder, en het staat geformuleerd in de acta: LITINDO is niet maar een partner van de GGRI, nee, de relatie gaat veel dieper: LITINDO heeft een plaats in het hart van de GGRI! Heel bijzonder is ook de betrokkenheid bij de ziekte van Gerrit Riemer en de gebeden doe voor hem worden opgezonden.

Na elke bespreking krijgen de buitenlandse afgevaardigden gelegenheid om eventueel nog iets over het onderwerp te zeggen, voordat er een besluit genomen wordt. Er heerst een sfeer van openheid en onderling vertrouwen die weldadig aandoet. En bovenal een sfeer van dankbaarheid, en een sterk bewustzijn dat ze hier met elkaar historische dagen schrijven in de geschiedenis van hun kerken! Heel bijzonder om dat mee te maken. Ook voor Karin, die samen met mij door BBK is afgevaardigd om deze synode bij te wonen: haar vader (ds. Van der Velden) behoorde tot de eerste generatie zendelingen die in het gebied van de GGRI op Papua het Evangelie mocht brengen. Vanmorgen brengt ze na de dienst in de gemeente van Waena de groeten over van haar moeder. Om stil van te worden!

Het is een mooie dienst, geleid door pendeta Madah Biha van Kupang. Na al de toespraken die er op volgen worden er heel wat handen geschud. Ik ontmoet drie kinderen van Seli, onze vroegere huishulp; ze studeren hier aan de universiteit. En tot mijn verrassing ook drie studenten uit Yaniruma en Wanggemalo: Lukas – een zoon van Natan, Manase – zoon van Banyo uit Yaniruma, en Boaz – afkomstig uit Mangge! Ook kinderen van Moesieri, en van Womsiwor, bekende namen van vroeger. Pijnlijker is de ontmoeting met Buta Yaluwo, eens een gewaardeerd predikant in Yaniruma, die gemeend heeft zich te moeten aansluiten bij de groep die zich opwerpt als de ‘echte’ Gereja Reformasi, en apart is gaan kerken; hij woont achter de kerk en komt net terug van hun eigen dienst…

Al met al een indrukwekkende week. De broeders zo zelfstandig en zelfbewust bezig te zien. Die discussies, telkens even onderbroken als er weer een vliegtuig laag overkomt – we zitten precies in de approach van het vliegveld. De stuk of zes airco’s waarvan er maar één een beetje functioneert – als de elektriciteit het tenminste niet laat afweten. De blijdschap en dankbaarheid, die niet alleen herhaaldelijk wordt uitgesproken, maar die je gewoon de hele week voelt hangen in de vergaderzaal. De hartelijke belangstelling voor je vrouw en kinderen – die ze in de meeste gevallen nog nooit gezien hebben. Tussendoor hebben we samen met rev. Van Delden uit Australië ook nog een plezierige en verhelderende ontmoeting met de BPS van de GGRI op Papua. Dat is het uitvoerend orgaan van de synode van de GGRI op Papua, die tussen de synode’s de kerk hier vertegenwoordigt.
En dan nog eens de persoonlijke gesprekken met zoveel mensen. Zoals met onze vroegere collega hier op Papua, Henry Versteeg, nu werkzaam in Port Moresby, die op de synode de kerken van Canada vertegenwoordigt.


Ook best wel vermoeiend, en ik ben elke keer weer blij als ik me ’s avonds laat achterop een ojek (motortaxi) naar mijn verblijf bij de MAF laat rijden. Een verfrissende rit: de wind waait je om de oren (nee, inderdaad geen helm), de geuren van afvalverbranding langs de weg, uitlaatgassen van het drukke verkeer, het aroma van de satébarbecues van de stalletjes langs de weg… Genieten!

Een hartelijke groet vanuit Sentani,
A Dieu!
Jaap

zondag 19 februari 2012

Sentani, 19 februari

Alle volken moeten zich eenmaal voor Jezus buigen, en wij zullen samen met de engelen in de hemel ons loflied aanheffen: “Yesus, Yesus, Tuhan Kudus, dipuji kekal nama-Mu, Penebus!” (Jezus, heilige Heer en Verlosser, Uw naam zij eeuwig geprezen!”. Rohani 144, de Indonesische bewerking van “Daar ruist langs de wolken…”

Vanmorgen mag ik preken in de dienst van onze zusterkerken in Waena, een half uurtje rijden hier vandaan, halverwege Sentani en Jayapura. De kerk zit goed vol, ook veel jeugd. Ze vertellen me dat er momenteel wel zo’n 100 jongelui uit het binnenland hier op school zitten of studeren. Dat is fijn, maar het is nog veel mooier als ze dan ook naar de kerk komen. Ik schud verschillende een hand: uit Manggelum, uit Kawagit, uit Kouh. De meesten schijnen uit het stroomgebied van de Digul te komen.
Ouderling van dienst is Rumbewas; hij gaat me voor en overhandigt me de Bijbel. Daaruit lezen we vanmorgen Kolossenzen 1. Aan het slot van de brief vraagt Paulus deze brief ook door te sturen naar de gemeente van Laodicea. Kennelijk is de inhoud ook voor anderen van belang. En ook voor ons, en ik vraag de mensen om zó te lezen en te luisteren, alsof de brief rechtstreeks aan ons was geschreven. Dan blijkt de inhoud opeens hyperactueel! Ons christen-zijn wordt zo gemakkelijk gewoon, we weten het allemaal zo langzamerhand wel, en horen zelden nog iets nieuws, bidden regelmatig om vergeving, en om hulp en kracht bij ziekte en dood, en dat is het dan wel zo’n beetje. In plaats van dat we ons laten optillen en leven op het niveau van het Koninkrijk van de Zoon, waarin we zijn overgebracht! Wie zich dan laat meeslepen door sukuisme of nationalisme (Holland voor de Hollanders, Papua voor de Papua’s), heeft nog niet begrepen wat het betekent dat we onder Koning Jezus leven, Hollanders en Papua’s en Indonesiërs tezamen. En dat er geen macht ter wereld is waartegen Christus ons niet zou kunnen beschermen. Weg dus met alle toverij en taboes en horoscopen, en vertrouwen op de kracht van het gebed. Want wie bidt, doet een beroep op de kracht van Hem die alle macht heeft, in de hemel, op aarde, over wat we met onze ogen zien en over wat we niet kunnen waarnemen. Waarom zou je dan nog naar iets anders op zoek gaan? Ons leven is veilig bij Hem!

Donderdag ben ik hier in Sentani aangekomen. Volgende week zal hier de eerste nationale synode van onze zusterkerken gehouden worden. Afgevaardigden uit het binnenland van Papua, uit Sumba en Kupang, en uit Kalimantan Barat zullen hier de komende dagen bijeenkomen. Ook buitenlandse kerken zullen vertegenwoordigd zijn: behalve Nederland ook Australië en Papua New Guinea. Als het tenminste allemaal doorgaat, want de noodzakelijke vergunning van de politie is nog steeds niet afgegeven. Vanmorgen in de kerk leggen we dat aan de Here voor – Hij heeft immers alle macht!

Heb hier ondertussen al weer heel wat mensen ontmoet en gesproken. Ndiken, lang geleden evangelist in Uni in de Kombai, nu voorzitter van het organiserend comité van de synode. Pendeta Yan Korop, in ‘onze’ tijd predikant in Tiau, nu voorzitter van de BPS, zeg maar het uitvoerend orgaan dat de GGRI tussen de synoden vertegenwoordigd; in een andere kerkrechtelijke structuur zou je hem de voorzitter van de kerk noemen. Hij woont in het huis vroeger de familie Köhler woonde, op het terrein van de TRIS, de al lang niet meer bestaande Nederlandse school, waar drie van onze kinderen ook een aantal jaren op hebben gezeten. Het terrein biedt een treurige aanblik. De garage en het schooltje staan nog overeind, maar van het vroegere internaat is niets meer over, dat is één grote ruïne. Met veel moeite kun je nog zien waar de slaapkamers van de jongens waren, en de woonkamer, en de veranda. Het werk van groepen dronken Dani’s, de plaag hier op Pos-7 (zoals deze heuvel tegen de helling van de Cycloop heet). Vroeger was het hier rustig en veilig, maar de mensen wonen hier nu al lang achter hoge hekken.
Ik ga even aan bij Peter Jan en Maaike de Vries. Die zijn intussen hier naartoe verhuisd uit Sinimburu in de Korowai, vanwege de leeftijd van hun kinderen. Ze wonen vlak naast het zwembad. Terwijl we binnen zitten te praten, ziet een groep dronken Dani’s kans om binnen de omheining van het zwembad te komen, en een duik in het water te nemen. Daar blijft het niet bij, ze beginnen met stenen te smijten en vernielingen aan te richten. De gealarmeerde politie laat op zich wachten. Pas na herhaald bellen komt er eindelijk één agent op een motor aanrijden, maar die kan natuurlijk in zijn eentje niet veel uitrichten, en gaat weer weg. Toch zijn de herrieschoppers dan even later verdwenen. We nemen de schade op; de douche is losgerukt, het water spuit uit de afgebroken leiding. Peter Jan sluit de hoofdkraan af. Het is niet de eerste keer.
Volgens Peter Jan is de politie gewoon bang om hier te komen. Bang, dat de Dani´s zich dan massaal tegen hen zullen keren. Dani´s, dat zijn de mensen uit de Baliemvallei; er wonen er hier heel wat.

Wie ik hier niet tref is Sung Kyu en zijn vrouw Ji Sook, het Koreaanse echtpaar dat voor Wycliffe taalwerk doet in de Kombai. Ze zijn net afgelopen maandag vertrokken naar Wanggemalo, en komen pas de 27e weer terug, de dag dat ik van plan ben naar Wamena door te reizen. Nog maar eens zien, want ik ben natuurlijk wel erg benieuwd naar het laatste nieuws uit onze vroegere woonplaats!

Zaterdag krijg ik onverwacht telefoon van Emira, het vroegere vriendinnetje van onze Nieke. Ze belt vanuit Asiki, een plaats in de buurt van Merauke, helemaal aan de zuidkust van Papua. Daar woont ze nu samen met haar man en dochtertje van drie. Ze had mijn nummer gekregen van Roy, een Brabantse toerist die al jaren helemaal in de ban is van Papua. Het is de eerste keer sinds ons vertrek in 1994 dat ik contact met haar heb. Ze heeft wel verschillende keren geschreven naar Nieke, maar de taalbarrière was intussen te groot geworden voor de beide vriendinnen om te kunnen communiceren. Ze wil van alles weten: hoe het is met Nieke, en met de anderen. Zij vertelt over haar ouders, bapak Epius (die in Wanggemalo werkte) en ibu Kori (die jarenlang onze huishulp was). Op het laatst worden de emoties Emira te veel, en begint ze te huilen: ze had zo vaak gedacht, waarom belt Nieke niet, en waarom schrijft ze me niet… Ik probeer haar te troosten: we zijn haar heus niet vergeten, haar foto hangt nog altijd bij Nieke aan de muur, en de herinneringen aan vroeger staan gegrift in ons hart!

De herinneringen komen wel naar boven, hier in Sentani. Niet alleen door zo’n telefoontje, maar eigenlijk bij alles wat je ziet, overal loop je tegen het verleden aan. Zoals de weg naar kerk vanmorgen: vroeger smal en bochtig en vol kuilen; nu het hele eerste stuk langs het Sentanimeer vierbaans met een middenberm! Sentani wordt de hoofdstad van de provincie, in plaats van Jayapura, vertelt iemand.
Overal langs die weg zie je mensen zich klaar maken om naar kerk te gaan. Hele gezinnen staan te wachten op een taxi, kinderen op hun paasbest uitgedost, met een bijbeltje in de hand. Burgers van het Koninkrijk! Segala benua… (Rohani 144).

Een goede zondag!
A Dieu,
Jaap

zondag 12 februari 2012

Jakarta, 12 februari 2012

Het is nog net zo chaotisch als anderhalf jaar geleden. De schroothoop onderdelen in het midden is vervangen door een ordeloze hoop dozen, maar verder is er weinig veranderd. De handel in naaimachine-onderdelen floreert! Er staan voortdurend klanten, en een stuk of zes bedienden sloven zich uit om hun wensen te vervullen.


Wie de vorige keer, in 2010, heeft meegelezen, weet het misschien nog wel: de onmogelijk opdracht van Dineke om een paar wielen voor handnaaimachines te kopen, om de trapnaaimachines in Wanggemalo om te bouwen tot handbediende apparaten. Tot mijn grote verbazing wisten ze die in no time zonder mankeren uit de onoverzichtelijke winkelvoorraad tevoorschijn te halen. Nu ben ik even teruggegaan, omdat ik bij dat eerste bezoek geen fototoestel bij me had. De eigenaar begroet me vriendelijk; ik vertel hem de reden van mijn bezoek. Hij heeft er geen enkele moeite mee, integendeel, hij wil graag zelf ook even poseren. Intussen weet heel de klandizie wat die Belanda hier komt doen.

Donderdag ben ik hier in Jakarta aangekomen. De KLM had op het laatst twee passagiers de toegang tot het toestel moeten weigeren wegens overmatig drankgebruik. Dat was vermoedelijk de reden dat de stoel naast mij leeg bleef. Meer ruimte om te slapen! Heb dan ook een flinke ruk gemaakt, ongeveer van de Zwarte Zee tot boven de Golf van Bengalen.

Vrijdag meteen maar van start gegaan met mijn bezoeken. Dat werd een trip van 8 uur door Jakarta, van het ene adres naar het andere, en het verkeer werkte gelukkig aardig mee. Bij de uitgever BPK hoorde ik dat mijn boek nu bij de drukker ligt, en dat er een kleine kans was dat ik de eerste exemplaren woensdag zou kunnen krijgen. Voor mij reden om mijn vertrek uit te stellen van dinsdag naar donderdag. En nu maar hopen dat het lukt. Voor wie het niet meer weet: het gaat om het handboek over belijdenisgeschriften, waar ik de afgelopen jaren aan gewerkt heb. De tekst was in 2008 al aangeleverd, maar voordat alles gecorrigeerd en nagekeken is en voorzien van de nodige registers, ben je dus wel drie jaar verder!

Bij een andere uitgever, YKBK, heb ik de Indonesische vertaling van de dissertatie van ds. Jan Boersema aangeleverd, en het (Nederlandse) boekje van ds. Rob Visser over Hooglied, waar LITINDO ook mee bezig gaat.

Bij de bibliotheek van de oudste theologische opleiding in Indonesië, voer ik namens OLINDO (het samenwerkingsplatform van GZB, CGK, NGK, GerGem, Oikonomos en Litindo) een verkennend gesprek over biblionics: een project om theologische bronnen voor een bepaalde taal te digitaliseren en via internet beschikbaar te maken. Een uitgezondene van de GZB heeft in Thailand dat programma ontwikkeld en opgezet, en vroeg ons enige tijd geleden of dat misschien ook niet iets is voor Indonesië. Dat kan uiteraard niet zonder overleg en samenwerking met bibliotheken en uitgevers in Indonesië!
Bij de verschillende boekenwinkels koop ik een paar stapeltjes van de meest recente uitgaven van LITINDO; dat waren er in 2011 maar liefst 4 (en straks met die van mij erbij 5). Dat wordt straks naar Papua wel overwicht betalen, maar zonder die boeken mee te nemen kan ik daar ze natuurlijk niet presenteren.

Nu ik de vlucht naar Papua heb uitgesteld, heb ik hier wat meer tijd in Jakarta. Hoef ik de volgende dagen niet zo’n druk agenda af te werken als vrijdag! Moet nog verschillende mensen bezoeken, en daar kan ik dan ook wat meer de tijd voor nemen. Zo was ik gistermiddag en -avond bij Yusup en Warni; hij studeerde in Kampen). Goed om elkaar bij te praten. Goed ook om dat op een zaterdag te doen: het is maar zo’n 35 km, en ik deed het met de taxi over de tolweg in ruim een uur, maar door de week moet je daar al gauw het dubbele voor rekenen!

Vandaag was ik te gast bij Justin en Corrinne Koens. Corrinne is een dochter van rev. Henry Versteeg uit Canada, die destijds ongeveer tegelijk met ons op Papua begon. Corrinne haar gezin is nu al groter dan dat van Henry toen! Ze werken voor de MAF. Eén van de vele missionary kids die hier in de voetsporen van hun ouders treden.

Vanmorgen de dienst bijgewoond van de Jakarta International Christian Fellowship. Ging over vertrouwen. Geen zelfvertrouwen, maar vertrouwen op Christus. Niet wij kunnen het wel aan, maar Christus haalt ons er doorheen. Het is immers ook niet ons geloof, maar het geloof dat Christus ons geeft. En dat biedt hoop!

So I lift my eyes to You, Lord
In Your strength will I break through, Lord
Touch me now, let Your love fell down on me
I know Your love dispels all my fears
Through the storm I will hold on, Lord
And by faith I will walk on, Lord
Then I’ll see, beyond my calvary one day
And I will be complete in You


In dat vertrouwen kunnen we deze week weer rustig aan het werk. A Dieu!
Jaap